Applicatiearchitectuur

Laatst bijgewerkt op 1205 dagen geleden door Marcel Ziemerink

De applicatiearchitectuur beschrijft de samenhang tussen de applicaties en informatiesystemen in de organisatie. De applicatiearchitectuur wordt bepaald door de functies en services van de bedrijfsarchitectuur te vertalen naar de applicaties die nodig zijn om ze te realiseren. Het geheel van applicaties in de applicatiearchitectuur wordt het applicatielandschap genoemd. Zodra de applicaties zijn geïdentificeerd kan een verdere opdeling in termen van functionele blokken (ofwel: modules, componenten) plaatsvinden. Zowel functionele als niet-functionele behoeften (beveiliging, performance, beschikbaarheid, e.d.) spelen een rol bij het definiëren van deze blokken. Soms wordt geëist dat de blokken herbruikbaar zijn. Hierdoor kunnen meerdere applicaties gebruik maken van de functionaliteit van hetzelfde blok. De onderliggende technologiearchitectuur levert de basis waarop de applicaties draaien.

Front-office applicatiearchitectuur

In de applicatiearchitectuur van de front-office onderscheiden we de volgende onderdelen:

Achtergronden en hulpmiddelen

Bij het beschrijven van een applicatiearchitectuur, in samenhang met de bedrijfs- en technologiearchitectuur kan gebruik gemaakt worden van architectuurbeschrijvingstalen zoals ArchiMate. Een voorbeeld van een gemeentelijk applicatielandschap staat hieronder.

Applicaties.gif

Er bestaat een aantal veelvookomende applicatiearchitectuurpatronen, zoals:

Meer specifiek voor kanaalarchitecturen geeft de patronencatalogus van Kanalen in Balans een aantal nuttige oplossingen.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers